Overweging Aangesteld als wachter n.a.v. Ezechiël 3,4-17 en 21 17-2-2013 thv In een droomgezicht wordt Ezechiël tot profeet geroepen. En zoals een Nederlands spreekwoord zegt 'een profeet wordt in eigen land niet geëerd', zo geldt dat ook voor Ezechiël daar aan de oever van de rivieren van Babel. Hij vindt weinig gehoor en hij roept veel weerstand op. Hij wordt - zo lazen we in het Bijbelgedeelte - aangesteld als wachter over het huis van Israël en moet als profeet de woorden van God spreken ook al wil het volk niet luisteren. Ezechiël is geroepen om uit te kijken naar de gevaren van buiten die het volk bedreigen, maar ook om te waarschuwen tegen de gevaren die van binnenuit dreigen. De uitdaging is om in de woestenij van de ballingschap Gods volk te blijven. En niet uit angst of gemakzucht je aan te passen aan de gewoonte van de wereld. Met andere woorden het gaat om de identiteit van dit volk. Ballingschap is een woord dat ook in onze tijd aanspreekt. Dagelijks komen gezichten van ballingen via de media onze huiskamers binnen. Miljoenen mensen zijn voortdurend ergens onderweg, verdreven van huis en haard. In den vreemde wachten zij op de geluksdag dat zij kunnen terugkeren naar huis. Sommigen weten dat terugkeer onmogelijk is, daarom proberen zij in het vreemde land een nieuw bestaan op te bouwen. De omstandigheden van ballingen zijn moeilijk en zwaar. Elk vrij land weet van nabij van hun bestaan en is verward over de juist houding tegenover hen. Maar wat betekent leven in ballingschap nu voor ons, vanmorgen hier bijeen als geloofsgemeenschap? Zou je kunnen zeggen dat wij ook in ballingschap zijn? Een geestelijke ballingschap? Worstelen ook wij soms niet met onze identiteit? Als het om geloofsgemeenschap gaat, zou je dan niet kunnen zeggen dat we ons in het geloof vervreemd voelen van de betrouwbare en vertrouwde God? Met andere woorden: is ballingschap niet een metafoor voor geloofscrisis? In de Bijbel vinden we tal van verhalen, over die vervreemding in ballingschap, verhalen van hoop en wanhoop. Vanaf oude tijden verbindt de joodse traditie de ballingschap met het thema van de rechtvaardiging van God in de wereld. Ballingschap symboliseert voor de Bijbelse mens de worsteling met god. Met name in sommige Psalmen vinden we die vraag terug. Waarom, o God? Hoe lang nog Heer? De mens worstelt ook met zichzelf. Wie ben ik eigenlijk? Zittend aan de stromen van Babel komt de mens tot inzicht in zijn handelen en beseft hij schuldig te staan tegenover de Eeuwige. Dat brengt hem tot boete en ootmoed. In de stilte, in de verlatenheid, in de leegte van de ballingschap delft de mens de diepste waarden op... In de Schriftlezing van vanmorgen zegt Ezechiël: 'Ik kwam bij de ballingen van Tel-Abib die aan de Kebar woonden. Zeven dagen zat ik in hun midden, zonder een woord uit te kunnen brengen'. .... maar juist dan, in die periode van stilte wordt het besef wakker geroepen dat er een weg verder is, dat er een plek is waar vrede en gerechtigheid heersen. Die plek is Jeruzalem, centrum van sjaloom. Zoals Huub Oosterhuis Psalm 125 vertaalt met: Altijd zullen er zijn die kiezen voor bruut geweld. Ik wil horen bij uw vrede wereld!). Tenslotte verlangen we in onze ballingschap naar geborgenheid en hebben we heimwee naar huis. Prachtig verwoord in de eerste vier verzen van Psalm 137: 1 Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij treurend en dachten aan Sion. 2 In de wilgen op de oever hingen wij onze lieren. 3 Daar durfden onze bewakers te vragen om een lied, daar vroegen onze beulen: ‘Zing voor ons een vrolijk lied uit Sion.’ 4 Hoe kunnen wij zingen een lied van de Eeuwige op vreemde grond? Ze konden niet meer vrolijk zijn, ze hadden hun lier aan de wilgen gehangen...! De bewakers vragen hen te zingen... dat roept bij ons de beelden op van muziek maken in het Jappenkamp of van de bewakers van Nelson Mandela e.a. op Robbeneiland. Ezechiël werd aangesteld als wachter. Dat ging niet zonder slag of stoot. We lazen in het Schriftgedeelte over wonderlijke dingen: "Toen tilde de geest van de Heer mij op. Ik hoorde het klapperen van de elkaar rakende vleugels van de levende wezens, het geratel van de wielen naast hen en tegelijk het gedreun van een aardbeving. De geest tilde mij op en voerde me mee, en ik ging, bitter gestemd en woedend, terwijl de hand van de Heer op mij drukte". Wat gebeurde er hier? Een visioen? Een mystieke ervaring? Nico ter Linden vraagt zich in zijn 'Het verhaal gaat' dan af: Waar komen die visioenen vandaan? Dalen die uit de hoge hemel neer of stijgen ze op uit de diepten van de eigen ziel? Ezechiël beleeft het zo: De hand van de Heer was op mij! En na zeven dagen van zwijgen gaat hij er tegenaan. "Zo spreekt de Heer, de Eeuwige!" Wakker worden. Een Zenmeester vertelde dat hij iedere morgen bij het wakker worden hardop uitriep: Ben je wakker? En daarna antwoordde hij: Ja, ik ben wakker! En vervolgens ging hij naar zijn leerlingen en riep: Zijn jullie wakker? Wij zijn ook wachters. Wie stelt òns dan aan als wachters? Misschien kan ik dat het mooist illustreren met wat heet 'de roeping van Jesaja'. Als de Eeuwige vraagt: wie zal ik zenden, wie zal voor ons gaan? zegt Jesaja: hier ben ik, zend mij! Hij had ook kunnen zeggen: Hier ben ik, maar zend a.u.b. mijn buurman of buurvrouw.... De roep om wachter te zijn geldt voor ons allemaal! Een wachter moet waakzaam zijn, wakker blijven, om te kunnen waarschuwen als er gevaar dreigt. Wat houdt dat dan in? Tegen de stroom in durven gaan. Als we er het zwijgen toe doen, zo in de geest van 'het helpt toch allemaal niet' 'ze luisteren toch niet' dan.... doen we ook onszelf te kort. De laatste zin van de Schriftlezing van vanmorgen is: 'u hebt uw eigen leven gered'. Het volgen van Christus - en dat is toch wat we willen als geloofsgemeenschap - houdt een levenswijze in die correspondeert met het Koninkrijk van God en haaks staat op de koninkrijken van deze wereld. De consequentie van dit volgen is dat de mens zich inspant om het ballingschapsoord te transformeren tot een oord van vrede en gerechtigheid. Het visioen volgen. Onze droom waarmaken. Bezinning naar een gedicht van Tineke Ebing 40 dagen tijd om na te denken over het lijden van de mensheid. Stilte gevraagd om in te keren tot je zelf. Waar lijden wij nu het meest aan is de vraag die ik mezelf stel. Hoe wij interpreteren bepaalt ons kijken naar elkaar. Als wij foute gedachten over ons zelf en de ander los kunnen laten vindt genezing plaats. Wij zijn allen één Kinderen van onze Vader zijn wij allemaal. Zielsverwant Ruimte latend Acceptatie Er is alleen verdeeldheid als jij dat toelaat! Wees je bewust van je gedrag. Het kan zoveel beter dat weet ik zeker. komen wij tot wie we werkelijk zijn Geest van mijn geest Samen op weg Naar een land Van melk en Honing Arbeiders gevraagd!!!